KIM
HEIJDENRIJK

Blog


De Haagse 'Vorstelijke weelde' van HMS Titanic

Veel chiquer dan de RMS Titanic werd het in 1912 niet. Tientallen miljardairs van over de hele wereld gingen met hun geld, diamanten en familie op 10 april 1912 aan boord van het bijna driehonderd meter lange schip. De Titanic zou hen in een enorm luxe omgeving, van alle gemakken voorzien, van het Engelse Southampton naar New York varen. De Haagse timmerman Mutters was mede verantwoordelijk voor de prestigieuze uitstraling van het gedoemde schip.

De Haagse meubelfabriek H.P. Mutters en Zoon leverde veel van de op 15 april 1912 tot drijfhout gereduceerde meubelen en bouwde 24 van de meest luxueuze hutten op het schip. De eerste klasse hutten, bestaande uit een slaapvertrek, zitgedeelte en aparte ruimte met badgelegenheid, werden door Mutters gebouwd en ingericht in zes verschillende stijlen.

De 'Oud-Hollandse' hutten waren ingericht met het mooiste en beste oud eiken. De hoge oud eiken lambrisering gaf dBron: Haags Gemeentearchiefe hutten een sfeervolle en warme uitstraling. De wandstoffering was van 'velours d'Utrecht'. De 'state room', statiekamer, in oud-Hollandse stijl was zelfs uitgerust met een hemelbed.

De hutten in 'Modern-Hollandse' stijl hadden ook weer een hoge lambrisering, maar werden gekenmerkt door grijs hout dat vakkundig met rozenhout was ingelegd. Er was ook eenzelfde stijl hut, maar nu volledig uitgevoerd in blank eiken. De Hollandse hutten met gordijnen om de bedden waren enorm populair, omdat het velen deed denken aan een Hollandse bedstede.

Buitenlandse stijlen waren uiteraard ook vertegenwoordigd. Zo waren er hutten in de Engelse Queen Anne-stijl, waarbij tafels en stoelen kenmerkende klauwvoeten hebben. De meubels waren gemaakt uit glimmend donker mahonie dat afgezet was met rozenhout. De stoffering bestond volledig uit damast in goudgeel, groen of paars. De hutten in de Empirestijl kende dezelfde kleurstelling en hetzelfde hout, maar nu hadden de meubels Egyptische en Romeinse kenmerken.

De Britse pers was vol lof over de uitmuntende kwaliteit van de door Mutters gebouwde hutten. Er moest dan ook ruim tienduizend gulden (4000 dollar) betaald worden om de overtocht te mogen maken in een dergelijke hut. Als we de prijs naar vandaag de dag omrekenen, dan zou de reis met de meest luxe hut bijna 85.000 dollar kosten. De Haagse Courant sprak indertijd dan ook van 'vorstelijke weelde'.

De gasten van de Titanic konden in de 'Palm CoBron: Haags Gemeentearchiefurt' gezelschapszaal, rooksalon en op de veranda en het 'private deck' ook vertoeven op en aan het hoogstaande meubilair van de Haagse meubelbouwer. Al deze vertrekken bevonden zich op het luxueuze B-dek, één van de elf boven elkaar liggende dekken van de Titanic.

Voor aftimmeren van de hutten en het assembleren van de meubels zond Mutters gedurende ongeveer vier maanden tientallen medewerkers naar de werf van scheepsbouwer Harland en Wolff in Belfast. Op de drukste dagen waren er vijftig vakmensen van Mutters aan de slag. In totaal werkten 19.000 lieden aan de Titanic, dat uiteindelijk 24 miljoen gulden kostte om te bouwen.

Directeur Herman Pieter Mutters was aanwezig bij de tewaterlating van het prestigieuze schip op 31 mei 1911. Bijna een jaar later, op 2 april 1912, vertrok de Titanic onder gezag van kapitein J.E. Smith uit de haven van Belfast om naar Southampton te varen. Aldaar gingen op woensdag 10 april ruim 2200 passagiers en bemanningsleden aan boord om op te stomen naar New York.

In de nacht van 14 op 15 april maakte een ijsberg een einde aan de reis en aan het leven van 1522 mensenlevens, waaronder drie Nederlanders. De lange geschiedenis van de firma Mutters ging op een haar na met het schip ten onder; directeur Mutters en zijn vrouwen waren uitgenodigd om met de eerste reis van het schip mee te gaan. Zij konden tot hun grote spijt wegens omstandigheden niet mee.


* * *


De lange geschiedenis van de eerste meubelfabriek van Nederland begon bijna 100 jaar eerder, op 17 juni 1816. De 48-jarige Johannes Mutters begon met zijn 19-jarige zoon Hermanus Pieter de eerste meubelfabriek van Nederland. Vader en zoon waren geen eenvoudige meubelmakers; zij hielden er door verschillende meubels tegelijkertijd te maken een waar productieproces op na in hun werkplaats aan de Molenstraat.

De firma Mutters en Zoon ging met haar tijd mee om hun hooggeplaatste clientèle te kunnen voorzien van de laatste mode; meubels in de Empire en Louis de XIV-stijl. Zoon Hermanus ging zelfs op eigen houtje naar het mondaine Brussel om daar de kunst af te kijken. Vader Johannes moet dan ook het volste vertrouwen in de zakelijkheid en het vakmanschap van zijn zoon hebben gehad toen hij de zaak rond 1828 ongeveer zestigjarige leeftijd aan hem overdroeg. Niet veel later kreeg zijn zoon zelf een zoon, die ook Herman Pieter werd genoemd. Voor de opvolging van meubelfabriek H.P. Mutters en Zoon was gezorgd.

Het bedrijf was inmiddels sterk gegroeid. Waar de meubelfabriek eerst alleen vader en zoon had als werknemers, was al snel een half dozijn personeel nodig en dat stopte daar niet. Door de goede naam had Mutters groeide Mutters binnen enkele jaren naar honderd personeelsleden. Zij produceerden niet alleen losse meubelstukken, zij konden alle meubelen en accessoires voor een vertrek vervaardigen. Zelfs gordijnen en verlichting behoorden tot het assortiment, waardoor een smaakvolle inrichting worden gegarandeerd. Alles was op elkaar afgestemd: de meubels van hetzelfde hout, de stoffering in dezelfde kleur en alles geheel in dezelfde stijl.

Tien jaar nadat oprichter Johannes Mutters op 85-jarige leeftijd overleed, kreeg zijn meubelfabriek in 1863 een bijzondere opdracht. Het bedrijf mocht meubels leveren aan het op steenworp afstand, pas verbouwde Paleis Noordeinde. Het ging de firma dermate voor de wind dat er in 1864 op de mooie Kneuterdijk een toonzaal kon worden ingericht. Een paar maanden na de opening overleed de zoon van oprichter van Mutters, Hermanus Pieter op 67-jarige leeftijd in zijn slaap.

Hij maakte het helaas niet meer mee dat er in 1866 door zijn gelijknamige zoon een grote gloednieuwe fabriek werd gebouwd in een weiland aan het einde van de Veenlaan, nu de Toussaintkade. De nieuwe meubelfabriek werd 28 mei 1876 officieel werd geopend. Op de gevel van het grote pand stond in grote zwarte letters “Koninklijke Nederlandse Meubelfabriek H.P. Mutters en Zn. NV”, aangezien Koning Willem III ze twee weken daarvoor het predicaat 'Koninklijk' had verleend. Het adres van de fabriek zou door het in aanbouw zijnde Zeeheldenkwartier later worden vastgesteld op Piet Heinplein 5. Bron; Haags Gemeentearchief

De zoon en kleinzoon voor de oprichters was uit hetzelfde hout gesneden als zijn voorgangers. En ook hij waarborgde de voortzetting van H.P. Mutters door de zoon, die elf jaar eerder werd geboren, de naam Hermanus Pieter te geven. Deze jongen zou zijn leven wijden aan de meubelfabriek, evenals de drie Hermanus Pieter Mutters die van hém afstamden. Onder hun leiding groeide het succes van hun familiebedrijf naar grote hoogten.

De fabriek won door haar vakmanschap verschillende prijzen en H.M. Mutters was ook mondiaal vermaard. Naast de fabriek op Piet Heinplein 5 kreeg de firma ook de panden ernaast in bezit. Op de hoek met de Anna Paulownastraat kwam op de begane grond de enorme meubelwinkel 'Mutters Interieur'. Het hoekpand werden overigens gebouwd door architect én neef Johannes Mutters Jr., die net als zijn vader vele panden in Den Haag bouwde.

Voordat de firma de opdracht kreeg het interieur van de beroemde RMS Titanic te maken, had Mutters dit al voor verschillende schepen van de Holland-Amerikalijn gedaan. Ook werkte Mutters aan de inrichting aan de twee schepen van de White Star Line die vooraf gingen aan de Titanic. H.P. Mutters en Zoon had inmiddels duizenden werknemers in dienst.

Na de opdracht voor het noodlottige schip werkte Mutters aan tal van scheepsinterieurs voorde groten der aarden, waaronder Rainier van Monaco en de Sjah van Perzië. Mutters zich inmiddels ook toegelegd op de interieurs van een ander – moderner – vervoermiddel: het vliegtuig. Mutters voerde verschillende opdrachten voor de in Den Haag gevestigde KLM uit. Chique winkels en hotels in de stad werden opgeluisterd met de kwalitatief hoogstaande meubels van de firma Mutters. De bomen leken tot in de hemel te groeien.

Door het aanbreken van de moderne tijden nam ook de concurrentie toe. Mutters kromp in en verving de personeelsleden niet meer die, niet zelden na vijftig jaar trouwe dienst, met pensioen gingen. H.P. Mutters en Zoon werd na enige tijd van samenwerking in 1974 overgenomen door het Rotterdamse De Klerk Binnenbouw. Mutters verkeerde in financieel zwaar weer en veel van de machines waren aan vervanging toe. De laatste werknemers van Mutters gingen bij de Rotterdamse firma aan de slag, waar velen van hen even later door een sanering op straat stonden.

De fabriek aan het Piet Heinplein en de Mutters-panden ernaast werden na een brand in juni 1975 in opdracht van de gemeente gesloopt. En daarmee was het verhaal van de eerste Nederlandse én wereldberoemde meubelfabriek uit Den Haag ten einde.

* * *

Den Haag had niet alleen de eerste meubelfabriek van Nederland, de stad liep met tal van zaken voorop. Volgende keer leest u er alles over in mijn blog: 'Haagje de voorste'