KIM
HEIJDENRIJK

Blog


Energiefabriek

Als de makelaar ons begin 2015 naar de eerste verdieping van de eengezinswoning in het Regentessekwartier begeleidt, zien wij met stokkende adem louter het uitzicht. Een prachtig schilderij van een groene oase met aan het einde de oude energiecentrale, gevat in een in RAL 7033 geschilderde Meranti omlijsting met dubbeldik isolerendmuseumglas. Het uitzicht vanuit de tien jaar eerder gebouwde woning is verbluffend. In het waterige winterzonnetje steken de witte buizen van de Gemeentelijke Energiecentrale tegen de strakblauwe hemel af in al hun magistraalheid. We kijken elkaar aan en we weten: Verkocht.

In april is het moment daar dat man, ik en onze twee kleine kinderen elke dag van het mooie uitzicht kunnen genieten. En het grote stadspark voor de deur, 'De Verademing'. Wij worden dan ook uitbundig gefeliciteerd met ons nieuwe huis en vooral de fantastische locatie; wonen vlakbij het centrum, autovrij, aan een park. Een zeldzaamheid. 'Maar...', zo hoorden wij niet zelden, 'Wat jammer toch van die horizonvervuilende oude fabriek'. Schiet mij maar lek. Turend over het gemeentegroen zien wij hoe het zonlicht in de stalen cylinder de Energiefabriek meerdere malen per dag transformeert tot mierzoete roze snoepfabriek of warme goudkleurige zandtaartjescentrale.

De feestvreugde slaat bijna van de één op de andere dag om als een blad aan een boom. Ik lijd plots aan een ernstig geval van – wat later zou blijken – Salix Alba. Ik raak geprikkeld en in toenemende mate gefrustreerd. Mijn man en de kinderen merken het en ook mijn werk lijdt eronder. Het schrijven wil niet meer zo goed. Het ergste: als ik naar buiten kijk, dan kan ik mijn geliefde stuk Haags industrieel erfgoed uit 1906 niet meer goed zien.

Ze is van meet af aan mijn inspiratiebron en nu is ze een geliefde die plots onberijkbaar is. Weggerukt uit mijn leven. Met mijn ziel onder mijn arm loop ik ijsberend te bomen voor het glas, terwijl ik zou moeten werken aan een boek. Ik mis mijn muze. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Waarom zag ik het niet eerder aankomen? Maar vooral: hoe kom ik eraf? Ik ga op zoek naar mensen die mij kunnen helpen, maar er komt weinig concreets uit. Tot voorkort. Een sprankje hoop. Salix Alba is een hardnekkige aandoening, welke enorme vormen kan aannemen. Zoals altijd kan de kwaal het niet helpen, het is slechts de boodschapper van het kwaad.

Ik houd heus wel van bomen, maar niet als ze ineens blaadjes krijgen en groeien en daardoor mijn uitzicht blokkeren. De Salix Alba kan wel twintig meter hoog worden, in de meeste gevallen halen ze dat niet aangezien dit type wilg veel wordt gebruikt als knotwilg. “Als ik tegen een boom aan had willen kijken, dan was ik wel in het bos gaan wonen”, bries ik op het hoogtepunt van mijn blinde gekweldheid in een e-mail aan de projectgroep die over het park gaat. De mevrouw begrijpt het helemaal, ze gaat het doorgeven. Ik doe een schietgebed. Inmiddels zijn de werkzaamheden aan het park begonnen. Met immense vreugde kijk ik hoe bulldozers door het struikgewas grazen en steeds dichter bij mijn gehate boompje komen. De Salix Alba, de schietwilg. De hongerige happers kunnen het kwaad met wortel en al uitroeien. Maar dat gebeurt niet.

U zult begrijpen dat waar de herfst, waar de blaadjes van de bomen vallen, voor mij geen deprimerende tijd van het jaar is. Het bladerdek van de Salix Alba wordt dunner en elke dag wordt het zicht op mijn Grote Liefde iets minder beknot.