KIM
HEIJDENRIJK

Blog


De desillusie van een debutant

“Ik kom straks eten. Ik wil graag even een stukje tikken”, zeg ik zojuist verontschuldigend tegen mijn kinderen en man. Ze hebben het al vaker gehoord. Veel vaker. “Het moet eruit, hè?”, zegt man begripvol. Inderdaad. Toen ik aan mijn debuut 'Op zoek naar George' werkte, aten mijn man en kinderen vaak alleen. Ik zat dan beneden in mijn werkkamer te schrijven. Ik had een half jaar de tijd om het manuscript te schrijven. Achteraf gezien was het gekkenwerk.

Na ruim anderhalf jaar onderzoek voor 'George', zoals ik het boek liefkozend noem, trof ik ineens een uitgever. Die mij hebben wilde. Ik had verwacht menig brief te moeten schrijven en een gelijk aantal afwijzingsbrieven van uitgeverijen te ontvangen. Want zo gaat dat. In mijn geval ging het anders. Mijn beste vriendin werkte als theatertechnicus voor de voorstelling van Bram Bakker. De psychiater. Bakker heeft de uitgeverijen Lucht en Water en was geïnteresseerd in het verhaal naar aanleiding van die kaart die ik vond op Marktplaats. Na een afspraak was het in kannen en kruiken; zijn uitgeverij Water zou mijn boek gaan uitgeven. Ik was de Koning te rijk, want alle energie die ik had moeten stoppen in het zoeken naar een uitgever kon ik nu wijden aan mijn boek. Het boek dat geschreven móest worden, naar mijn idee.

Nadat ik kort na mijn verhuizing naar een nieuwe buurt in Den Haag ontdekte dat er een weeshuis stond aan het einde van mijn straat, ging het los. Ik vond een ansichtkaart verzonden vanuit het weeshuis en ik wilde weten wat er van het kind geworden was dat het stuurde. “Weet u waar moeder is?”, stond er in een bibberend handschrift op de kaart die honderd jaar eerder door de 13-jarige George werd verstuurd. En zo ontdekte ik van alles over mijn woonplaats. En over Nederland. Ik ontdekte dat mijn omgeving niet wist van de (Haagse) sloppenwijken van weleer. De afschuwelijke epidemieën. En alles dat daarna kwam. Terwijl ik probeerde te achterhalen of deze George Krul – die vanuit het weeshuis bij mij om de hoek die kaart verstuurde – ooit gelukkig was geweest, stuitte ik op de historie van Nederland. De ongeschreven geschiedenis, de beroemde gebeurtenissen, de familieverhalen. Alles dat de historie van Nederland maakt.

Exemplarisch

Ik besloot de biografie van George te schrijven en aan de hand van zijn leven de historie van Nederland in de twintigste eeuw te beschrijven. Historie. Geen jaartallen, maar ervaringen. George werd geboren in 1903 en stierf in 1980. Hij groeide op bij zijn grootouders in een 'slopje', zoals velen met hem die in een grote stad leefden aan het begin van de twintigste eeuw. George zou exemplarisch worden voor de gewone man. Zijn biografie zou het verhaal van Nederland vertellen. Het verhaal van de gewone mensen die ons land maakten tot wat het nu is. Een biografisch tijdsbeeld, zoals ik het noem.

De uitgever was razend enthousiast. Mijn redacteur ook. Evenals mijn omgeving. Gesterkt door hun vertrouwen begon ik aan mijn onwerkelijke klus. Een boek schrijven in zes maanden tijd. En dat is gelukt. Al ben ik in die periode bijna tien kilo afgevallen, viel mijn haar uit en vielen de gaten in mijn tanden bij gebrek aan tijd om te poetsen. Als ik ergens voor gá, dan vergeet ik alles om mij heen. Je zou het niet zeggen, maar het is wellicht de mooiste tijd van mijn leven. Het was heerlijk om zo te kunnen verdrinken in iets waar je met je hart en ziel in gelooft. In iets wat je maakt, omdat je vindt dat het noodzakelijk is dat iedereen er kennis van neemt.

Ik bofte, want toen ik mijn onderzoek net begon raakten biografieën net in zwang. Zelf had en heb ik er niet veel mee. Biografieën gaan bijna zonder uitzondering over bijzondere en beroemde mensen. En daar zijn de minste van. Ik schreef het boek dat ik zelf graag wilde lezen; een biografie over een volslagen onbekende Nederlander. Een boek over een man die de vader of grootvader van een ieder had kunnen zijn. George leefde het leven van zovelen. Ja, hij spendeerde het grootste deel van zijn leven in Den Haag, maar dat maakt het geen 'Haags verhaal'. Het leven van George en zijn familie is niet anders dan dat van welke andere familie in een grote stad dan ook. Helaas is het daar misgegaan bij de presentatie van het boek. Het boek heeft een Haags tintje gekregen, waar het niet meer vanaf komt.

Rijk en beroemd

Het leven van George wordt daarmee tekort gedaan en dat spijt mij zeer. Niet omdat ik zo nodig rijk en beroemd moet worden met dit boek. Helemaal niet. Rijk zijn is voor weinige schrijvers weggelegd en ik heb niet de illusie dat dit ooit voor mij gaat gelden. Ik ben de koning te rijk met een enthousiaste brief van een lezer. Beroemd zijn is het laatste dat ik wil, al begrijpen mijn kinderen daar niets van. Het enige dat ik wilde met dit boek was het verhaal van George en van Nederland vertellen. Ik wilde de historie van ons land zó klein maken dat iedereen zich erin zou herkennen. En dat de boodschap van het boek daarmee ook zou overkomen: oordeel niet over een ander. Niet. Nooit niet. Ik verraad nu de rode draad die in de uitgebreide epiloog het besluit is.

Het is duidelijk dat dit boek jarenlang mijn leven is geweest. Ik ken George beter dan de meeste van mijn familieleden. Aan de eettafel werd over George – mijn onderzoek – gesproken of hij een familielid was. Twee jaar lang. En toen stond alles op papier en namen wij als gezin afscheid van die norse opa met dat enorme doorzettingsvermogen om iets van zijn leven te maken. Wij waren van hem gaan houden. Met het verschijnen van het boek stuurden wij hem weer op reis, zoals hij voor de marine had gedaan, en wensten hem een behouden vaart.

Ik wil niet zeggen dat George schipbreuk heeft geleden, maar zijn reis is niet helemaal geworden wat ik gehoopt had. Wat mij betreft begon zijn reis pas toen het boek af was. Toen moest ik hem loslaten en het laten worden wat het was. Een bestseller, werd mij vanaf verschillende kanten verzekerd. Een boek als dit was nog nooit geschreven. Het was mooi geschreven, informatief, menselijk en romantisch. Je kon erom lachen en om huilen. Het had alles in zich om een verkoopkanon te worden. Ik lachte erom, voelde mij vereerd en gunde het George. En het werd niets. Van dat al.

Financiële gezondheid

Mijn boek verscheen op 30 januari 2017. De presentatie was bij boekhandel Paagman op de Frederik Hendriklaan. Het was een fantastische avond. Alles waar ik de twintig jaar ervoor van droomde. Al die jaren dat ik schrijver wilde worden, maar dat niet mocht van mijn ouders. Zij vreesden voor mijn financiële gezondheid. Ik was eigenwijs en deed het toch; een week na mijn 38e verjaardag was ik eindelijk de auteur die ik altijd wilde zijn.

Inmiddels zijn we een jaar later en de verkoopcijfers vallen tegen. Mijn uitgever heeft de pest in. En ik ben gedesillusioneerd. Toen ik schreef, dacht ik niet aan verkoopaantallen. Het ging mij om het vertellen van een noodzakelijk verhaal. Om de kunst. Toen het boek uit was, had ik weinig anders om mij op te concentreren. Van ellende ging ik op zoek naar een nieuw onderwerp. Ik vond het moeilijk om van tachtig uur per week werken ineens niets om handen te hebben. Ineens was het boek niet meer van mij.

Eigenlijk was het even daarvoor al niet meer van mij, tijdens de redactie. Er zijn veel schrijf- en tikfouten in het boek geslopen waar ik veel moeite mee heb. Afgezien daarvan ben ik enorm trots op het boek. Ik heb het boek geschreven dat ikzelf had willen lezen. Een boek dat iedereen zou moeten lezen, om een goed begrip van de Nederlandse maatschappij te hebben. Dat klinkt hooghartig, maar dat vind ik écht. En niet omdat ik zo geleerd ben, maar juist omdat ik dat – ondanks mijn journalistieke achtergrond – niet ben. Ik ben een gewone Nederlander en schreef een boek over een andere gewone Nederlander. Geen poeha. Geen moeilijke woorden. Geen onherkenbare levens.

Eén van de velen

Een gewone schrijver, dat ben ik. Eén van de velen. George verzoop tussen de honderden boeken die wekelijks in de boekhandel komen. Ik had mij dat niet gerealiseerd, omdat ik er niet mee bezig was. Grote kranten wilden graag een recensie-exemplaar ontvangen, maar deden er niets mee. Ik had dit niet verwacht, omdat ik vanaf het begin heel veel publiciteit kreeg vanwege mijn ongewone zoektocht. Er waren gelukkig een aantal media die mijn boek oppikten en mooie stukken publiceerden.

Ondertussen kreeg ik de prachtigste brieven van lezers. Dáár deed ik het voor. Alleen stokte het aantal na verloop van tijd. Ik had gehoopt de eerste druk binnen een jaar verkocht te zien. Niets is minder waar. Volgens de cijfers die ik onlangs van Bram ontving zitten we nog niet eens aan een derde van de eerste druk. Ik ben er redelijk kapot van. Ik heb teveel meegemaakt om mij uit het veld te laten slaan, maar dit raakt de kern van mijn wezen dermate dat ik even tijd nodig heb om mij te herpakken.

Ik ben twintig jaar bezig geweest om de schrijver te worden die ik altijd al was. De uitgeverij, de uitgever, de redacteur en iedereen er omheen waren enthousiast. De recensies zijn lovend. De lezers zijn lyrisch. Maar het boek verkoopt op dit moment amper. Ik vind dit zó erg. Het zit niet in mijn aard om te treuren om mijn eigen verliezen. Ik treur om de maanden die mijn kinderen mij gemist hebben. Ik treur om George, die zoveel meer verdiende dan dit. Ik treur om de Nederlandse literatuur, die zo overvloedig is dat alles van waarde weerloos is geworden.

Herpakken

Ik heb de pech dat ik niet anders kan dan schrijven, dus blijf ik dat doen. Al moet ik mij wel herpakken en mijn motivitie vinden. Want wat is een schrijver die niet gelezen wordt, om Max Havelaar aan te halen. Ik schrijf voor mensen die ik niet ken ten koste van mensen die mij lief zijn. Maar vooral voor mezelf. En daarom blijf ik het doen, omdat ik niet snel opgeef.

Ik schrijf dit voor alle debutanten in Nederland. Ik wil jullie niet ontmoedigen, absoluut niet. Ik schrijf dit voor hen die hetzelfde meemaakten als ik en nergens gehoor vonden, omdat alle schrijvers zogenaamd verkopen als een malle. Ik niet, terwijl de boekenwereld aan mijn voeten zou liggen. Als je een luisterend oor nodig hebt; mail mij en stop vooral niet met schrijven. Doe wat je kunt, wees wie je bent. Heb vertrouwen en blijf doen wat je het liefste doet, dan probeer ik dat ook.