KIM
HEIJDENRIJK

Blog


Column: Theatrum Anatomicum

(Gepubliceerd in Haagse Historie Magazine nummer 1 van 2018)

Niet ver van het Mauritshuis, waar De Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt (1632) hangt, onderrichtte en vermaakte het Haagse equivalent van deze doctor imposante aantallen Hagenaars met zijn anatomische lessen. Het eerste Theatrum Anatomicum van de stad was sinds 1628 in gebruik in een gebouwtje dat tegen de Grote kerk was aangeplakt. De Haagse professor Thomas Schwencke vroeg het gemeentebestuur in 1738 het inmiddels vervallen gebouwtje te mogen verrruilen voor een steviger onderkomen. Hij vreesde voor de veiligheid van de 'so vele illustre spectatores' die zijn ontledingen bezochten. Innertijd was het dit theater namelijk niet uitsluitend een plek om kennis op te doen, maar ook – of misschien wel: vooral – een plek van vermaak.

Het liet even op zich wachten, maar de mannen van het Chirurgijnsgilde konden hun Theatrum in 1772 verhuizen. Wie door het prachtige Idastraatje struint zal ongetwijfeld de hoge ramen van het gebouw op nummer 2 zijn opgevallen. Achter de hoog geplaatste geboogde vensters van dit mysterieuze pFoto: Dienst Stadsontwikkeling Bron: Haags Gemeentearchiefand was tot 1854 een grote ronde tribune gebouwd waarop studenten, artsen en talrijke observanten plaatsnamen. Ter lereng ende vermaeck werden onderaan de tribune op een ovale tafel de ontzielde lichamen van delinquenten en armen opengemaakt. Om herkenning te voorkomen ruilden de professoren 'kadavers' met Amsterdam; het anatomisch theater aldaar was gevestigd in De Waag. Ook Leiden had een dergelijk theater dat – evenals dat van de hoofdstad – nog altijd te bezichtigen is: in museum Boerhaave.

Het theater in onze stad schopte het nooit tot museum. Aangezien in het pand tot vorig jaar een zalencentrum gevestigd was is het goed mogelijk dat u de zaal wel eens van binnen heeft gezien. Het interieur, inclusief de tribune is reeds lang geleden verloren gegaan. Met de sluiting van het centrum behoort de mogelijkheid de ruimte te zien voorgoed tot het verleden. U kunt er wel in resideren; het wordt op dit moment omgevormd tot woning. U verblijft dan in een Rijksmonument waar ooit vermaarde professoren als Pieter de Riemer, in navolging van Bidloo en Schwencke, oreerden terwijl hun scherpe messen hun werk deden. Het bijzondere stuk Gemeentelijk en Nationaal erfgoed gaat met de omvorming tot woning naar mijn idee voorgoed verloren.

Hoe bestaat het dat een Rijksmonument met een dergelijk belangrijke historische waarde mag worden verbouwd tot woonhuis? Dit mag volgens Monumentenzorg alleen onder zeer strikte richtlijnen. “We willen dat de ruimte ervaarbaar blijft; de hoogte moet zichtbaar blijven en de raampartijen moeten blijven voor wat ze zijn”, aldus Elise Mutter. Er werd dan ook geen toestemming gegeven voor een tussenvloer, wel voor een gedeelde vloer. “Wij kijken vooral of de aanpassingen goed zijn voor het monument”, verzekerde Mutters mij. Zij gaf toe, net als ik, bang te zijn bij het horen van de renovatie. “De anatomiezaal is heilig”, drukte ze mij geruststellend op het hart.

Binnenkort is het monumentale heiligdom dus louter toegankelijk voor de mensen die het als woning aanschaffen. Zij zullen in dit bijzondere pand ongetwijfeld met hun illustre visite eens met scherpe messen een biefstuk ontleden aan de keukentafel, onder het genot van een goed glas wijn. Dit biedt dan nog enige troost...